Hoe stellen we de diagnose?

In eerste instantie luistert een arts naar de klachten. Die gaat na of de symptomen al dan niet kunnen passen bij MS. Wat ook kan helpen is een eenvoudig neurologisch onderzoek. Daarbij kan de arts eventueel ook afwijkingen vaststellen.

Vermoedt de dokter op basis van dat onderzoek dat het om MS zou kunnen gaan? Dan kunnen andere onderzoeken helpen om de diagnose te bevestigen. Maar dat is niet altijd eenvoudig. Soms kan er zelfs lange tijd overheen gaan vooraleer er zekerheid is dat het echt om MS gaat.

Mogelijke aanvullende onderzoeken zijn:

  • Bloedonderzoek en longfoto om andere aandoeningen uit te sluiten.
  • Lumbaalpunctie: met een speciale naald nemen we in de ruimte rond het ruggenmerg een kleine hoeveelheid vocht af. Dat onderzoeken we op afwijkingen.
  • MRI-scan: Bij deze scan gaat u in een lange buis liggen die veel lawaai maakt. Zo krijgen we een goed beeld van de hersenen of het ruggenmerg. Op deze scans kunnen we afwijkingen zien die passen bij MS, de zogenaamde witte stofletsels. Bij dit soort scans worden geen röntgenstralen gebruikt.
  • Geëvoceerde potentialen: hierbij gaan we met elektroden op de huid of kleine naaldjes in de huid de geleiding van de zenuwbanen controleren. Dat doen we aan de hand van kleine elektrische schokjes (voor gevoelsprikkels), klikjes (voor geluidsprikkels) of bewegende zwart-witte blokjes op een scherm (voor gezichtsprikkels). Zo kunnen we nagaan of de geleiding van bepaalde zenuwbanen verstoord is.